Zoekresultaten voor ‘zelfvertrouwen’
“Weet je wat jij zou moeten doen?”
Onzekerheid is een thema dat bij veel mensen speelt. Vorige week hoorde ik een wildvreemde fietser opgetogen erover vertellen: ze was zo opgelucht dat zij niet de enige was die zich zo klein voelde soms. Bij assessments geven veel kandidaten aan dat zij last hebben van onzekerheid en daarom minder goed uit de verf komen dan ze zouden willen. En bij Mind Improvement (e-coaching) is zelfvertrouwen veruit het meest gekozen thema. Vandaar dat ik mijn post ook weer wijd aan dit thema.
Naar aanleiding van mijn post over een negatief zelfbeeld, kreeg ik onlangs de vraag hoe je het beste je vriendin kunt steunen, als die onzeker is. Hoewel uit onderzoek blijkt dat sociale steun ontzettend belangrijk is voor je welbevinden en geluksgevoel, laat de wetenschap ook zien dat goedbedoelde steun soms averechts kan werken. Vooral bij vrouwen: zij praten elkaar de put in. Er is zelfs een term voor bedacht: co-rumineren. Het betekent: met elkaar blijven piekeren over problemen. Het is hetzelfde als rumineren maar dan met zijn tweeën.
Hoe kun jij je vriend of vriendin op een goede manier helpen, wanneer deze bij jou aanklopt voor steun? Hier volgen vijf tips:
Tip 1: Luister naar wat er aan de hand is.
Onderdruk je neiging om gelijk te helpen of geruststelling te geven. In plaats van je eigen ervaringen te vertellen of adviezen en oplossingen aan te dragen, geef je eerst alle tijd en aandacht voor wat je vriendin jou wil vertellen. Jouw vriend(in) staat nu centraal.
Tip 2: Vraag goed door om het probleem helder en concreet te maken.
Help je gesprekspartner om duidelijk te krijgen wat het precies is wat hem of haar dwarszit. Wat vindt jouw vriend(in) het moeilijkst en waarom? Probeer niet te snel je eigen conclusies te trekken. Hoe mensen situaties beleven en ervaren kan namelijk heel erg verschillen van persoon tot persoon, dus hoe jouw vriend(in) de situatie ervaart kan heel anders zijn dan jij misschien denkt.Â
Tip 3: Geef vertrouwen.
Dit doe je door hem of haar zelf te laten nadenken over wat haar gevoel van zekerheid zou kunnen versterken. Wat denkt jouw vriend(in) dat hem of haar kan helpen? Wat hielp al op een eerder moment? Wat zou hij of zij nu daarvan kunnen doen of voor ogen kunnen houden?
Tip 4: Wees invoelend.
Laat je vriendin weten hoe het voor je was toen je naar haar verhaal luisterde. Geef bijvoorbeeld aan dat jij begrip hebt voor wat ze voelt en dat je met haar meeleeft. Op die manier weet je vriend(in) dat je er voor hem of haar bent; hij/zij staat er niet alleen voor.
Tip 5: Check welke behoefte aan steun er eventueel nog is.
Vraag ook goed door naar wat je vriendin nu nog van jou nodig heeft. Wil ze van jou nog specifiek advies, wil ze meer geruststelling of juist dat je jouw kritische blik op de kwestie werpt?
Beste lezer, wat is jouw ervaring hiermee? Hoe steun jij iemand die in de put zit? Wat denk jij dat juist helpt of juist averechts werkt?
geplaatst op 19/10/2009 om 10:09
door Annemiek Ritzen
Zelfvertrouwen is een belangrijke voorwaarde voor een prettig leven. Ho
e je over jezelf denkt is bepalend voor hoe je op anderen overkomt en voor hoe anderen jou benaderen. Onzekerheid is ook menselijk. Iedereen vraagt zich wel eens af: ‘kan ik dit wel?’, ‘doe ik dit wel goed?’of ‘was dat wel aardig?’. Sommige mensen ervaren hun onzekerheid echter als een grote belemmering: door de angst dat ‘het toch niet lukt’, slagen ze er niet in die dingen te doen, die ze graag zouden willen doen. Ze blijven liever in hun ‘comfort zone’.Â
Gelukkig is zelfvertrouwen geen kwestie van ‘je hebt het of je hebt het niet’: je kunt zelfvertrouwen ontwikkelen. De sleutel ligt in het boeken van (steeds grotere) successen. Maar daarvoor moet je wel uit je ‘comfort zone’ komen en het aandurven om lastige en nieuwe situaties op te zoeken! Als je merkt dat iets lastigs je lukt, krijg je vanzelf meer vertrouwen in je eigen kunnen.
De volgende tips kunnen je helpen bij het vergroten van je zelfvertrouwen:
- Focus op positieve signalen uit je omgeving. Iemand kijkt je vriendelijk aan, toont belangstelling of lacht naar je. Onzekere mensen hebben juist de neiging om te letten op signalen van afwijzing.
- Doe de dingen die je leuk vindt. Laat je niet door je angst weerhouden om leuke dingen te doen. Juist door het ondernemen van plezierige activiteiten ga je je beter voelen over jezelf.
- Accepteer complimenten. Bedank, en geef eventueel een complimentje terug. Wuif een compliment niet weg met een opmerking als ‘het stelde niets voor, hoor’.
- Doe iets aardigs voor anderen. Uit onderzoek is gebleken dat het helpen van andere mensen het gevoel van eigenwaarde versterkt.
- Wees aardig. Wie goed doet, goed ontmoet. Als anderen aardig zijn voor jou, groeit je zelfvertrouwen.
- Wees mild voor jezelf. Geef jezelf niet op je kop als iets niet lukt. Wees niet strenger voor jezelf dan voor anderen!
- Omring je met aardige, positieve mensen. Neem je vrienden onder de loep. Klagende, kritische of gemene mensen dragen meestal niet bij aan een positief gevoel over jezelf.
- Stel meetbare, realistische doelen voor de korte termijn. Hierdoor maak je de kans zo groot mogelijk dat je tevreden kunt zijn over je eigen prestaties aan het einde van de dag (of week).
- Ga sporten. Tijdens het sporten komen endorfinen vrij in je bloed, die een positief effect hebben op je stemming. Bovendien zul je je in een gezond lichaam aantrekkelijker en zelfverzekerder voelen en dat straal je uit.
- Loop rechtop. Kijk recht voor je uit, en loop stevig door. Hierdoor kom je zelfverzekerder, krachtiger en enthousiaster over.
Â
geplaatst op 25/08/2009 om 14:33
door Nicoline Hermans
Vorige week lanceerden wij bij Dijk & van Emmerik: D&vE Mind Improvement: online coaching gericht op persoonlijke groei. Dit, in samenspraak met MIND Magazine (‘psychologie voor een leuker leven’). En het is natuurlijk heel spannend hoe dat allemaal gaat lopen. Ik ben erg benieuwd wat de deelnemers ervan gaan vinden! De afgelopen dagen liep ik dan ook nogal hyper rond op kantoor. Het is best een prettig en energiek gevoel!! Maar tegelijkertijd maakt het ook dat ik, wanneer ik geen cliënten zie, alleen maar denk aan Mind Improvement.
Nu ebt deze golf van adrenaline wel weer langzaam weg. Hoe anders is het bij de mensen die ik begeleid omdat ze structureel te maken hebben gehad van dergelijke golven van adrenaline. Even zo een golf is prikkelend en stimulerend, maar als je dit te lang en te vaak achter elkaar hebt dan is er te weinig tijd om bij te komen en kun je uit balans raken. Als je dat punt eenmaal bereikt hebt, dan kun je nog maar weinig hebben. Mensen voelen zich dan geheel uitgeput en ook schuldig omdat er weinig uit hun handen komt. Tijdens de begeleiding werken we toe naar een goede verhouding tussen inspanning en adrenaline scheuten versus ontspanning en rust. In mijn huidige toestand kan ik mij ineens heel goed voorstellen hoe moeilijk het kan zijn om je niet steeds opnieuw te laten verleiden tot prikkeling en de kick van adrenaline!
Maar goed, nu dwaal ik af van de module persoonlijke groei van Mind Improvement: www.mindimprovement.nl. Dit programma gaat namelijk niet over klachten of problemen, maar juist over vooruitdenken en doen. Het programma biedt deelnemers de mogelijkheid om te werken aan een levensaspect naar keuze, waaronder liefde, werk, zelfvertrouwen en plezier.
Wat zou jouw keuze zijn? En waarom wil jij juist op dat gebied groeien en bloeien?
geplaatst op 7/05/2009 om 10:02
door Annemiek Ritzen
Gisteravond had ik een gesprek met een persoon die graag doorgroeit naar een leidinggevende functie. Gezien mijn vele lezingen op dit gebied, werd ik aangezocht als expert op dit terrein. Zal ik het wel doen, was zijn eerste vraag. En daarna, als ik het dan ben, wat moet ik dan doen? Tja. Van alles, natuurlijk. Hard werken, de bedrijfsdoelstellingen realiseren, oog hebben voor personeel. Het ging hem, als geboren nerd, om dat laatste, oog hebben voor personeel. Hoe doe je dat? Door heel streng te zijn? Of werkt dat niet (meer)? Beste lezer, zo krijg je wel weer heel gemakkelijk lange gesprekken. Jammer genoeg biedt de psychologie geen pasklare antwoorden. En ook sprekende voorbeelden maken het niet gemakkelijker. Mensen zijn soms bereid heel hard te werken voor een veeleisende tiran. En sommige softies halen ook heel veel uit hun team….en toen wist ik de rest van de avond geen voorbeeld te bedenken van een succesvolle softe leider. Waardoor ik denk dat strengheid voor een leider in ieder geval niet per se verkeerd uitpakt. Streng en niet succesvol bestaat, maar niet streng en succesvol bestaat niet, werd de conclusie.
Wat onderscheidt nu de strenge succesvolle leider van de strenge onsuccesvolle leider? Behalve heel veel andere dingen, speelt het vermogen om duidelijkheid te geven een belangrijke rol. Je kunt immers helemaal geen succes behalen, als je niet weet wat een succes eigenlijk is. Is dat een miljoen telefoontjes plegen? Is dat drie nieuwe klanten bezoeken? Is dat een goede beurskoers voorspellen? Het is aan de leider om duidelijk te maken wat we precies zien als succes en daar met vastberadenheid op af te koersen. Mijn kennis wierp tegen dat ik te simpel was en dat het juist nu, in Deze Tijd, van belang is om medewerkers te empoweren, krachtiger te maken, zelfvertrouwen te geven zodat zij zich maximaal kunnen ontplooien. Je moet veel positieve feedback geven, want belonen werkt beter dan straf, zo werden Pavlov en Skinner misbruikt. Beste lezers, tegen zoveel verbaal geweld was ik niet bestand, tot ik vanochtend in de Science Daily (helaas het 1 april nummer) las dat psychologen van de Kellog University mij te hulp waren geschoten. Als je mensen die een dubieuze beslissing hebben genomen, positieve feedback geeft op een eigenschap die gerelateerd is aan die beslissing, dan volharden ze des te meer in hun foutieve aannames. Als mensen de beurskoers verkeerd voorspellen en je zegt dan ‘je hebt op zich sterke analytische vaardigheden’ dan volharden ze meer in het vasthouden aan hun inmiddels gefalsificeerde aannames, dan wanneer je geen positieve feedback geeft. Hun toekomstige beslissingen waren slechter dan mensen die alleen feitelijke feedback hadden gekregen.
Wat is de consequentie voor leidinggeven? Tja, voor zo ver het gaat om hoe je feedback geeft: niet altijd zoeken naar het positieve, benoem eerst maar eens gewoon de feiten. Streng zijn, dus. Beste lezers, zien de onderzoekers van Kellog University het goed? En kent iemand een succesvol soft leider?
geplaatst op 7/04/2008 om 22:01
door Flores van Emmerik
Deze week heb ik een bijzonder drukke week. Dat is niet altijd en niet voor iedereen even interessant om te weten. Maar het geeft mij de gelegenheid om onze eigen cursus time-management nog een kritisch tegen het licht te houden. Veel dingen doen, begint met goede doelen stellen, leren wij onze deelnemers. Wat moet er aan het einde van deze week gebeurd zijn? Beste lezers, dat is nog wel gemakkelijk te bedenken als het gaat om een periode van een week. Dan kun je rustig de urgente zaken de boventoon laten voeren. Het gevaar hiervan is dat dit snel een gewoonte wordt. Covey behandelt dit in zijn klassieker 7 habits en stelt de tip: probeer belangrijk boven urgent te stellen.
Dat is dan 1. Nu op naar tip 2. Maak lijstjes. Veel lijstjes, bij voorkeur over verschillende periodes: als je een jaarlijst en een kwartaallijst hebt van zaken die je wilt bereiken, dan kun je je dagelijkse to-do lijstje daarmee vergelijken. Als je dagelijkse lijstje helemaal niets met je jaar of kwartaal doelen te maken hebben, dan….tja wat dan? Dan heb je iets om te veranderen in ieder geval. En neem ook verschillende categorieën op in je lijsten: dus zowel privé doelen als zakelijke. Je kunt dan meteen ontdekken of je geen tegenstrijdige doelen hebt (zo is dit rijtje voor 1 kwartaal vrij heftig: kind naar zwemles, funderingsherstel coördineren, huis schilderen, vier nieuwe klanten binnenhalen, nieuwe website maken, Thais koken leren, 350 declarabele uren draaien).
 



Tip 3 is heel praktisch: maak je lijstjes vooraf. Niet de dag beginnen met een to do lijstje, maar
de dag ervoor er mee afsluiten. Je slaapt er rustiger door.
Al eerder op gewezen, maar op de website lifehacking zie je een bron van handige tips die je in praktische zin verder helpen. Ook weer het nut van lijsten, maar er staan zelfs af en toe opvoedtips tussen. In praktisch opzicht een onmiskenbaar gouden tip is natuurlijk het verbod op multitasking: hierbij verwijs ik graag naar een artikel van Sanne Roemen over dit onderwerp. Voetballen en koken zijn gewoon elkaar uitsluitende categorieën en daarom: doe wat je moet doen (en dat is gewoon datgene wat bovenaan je to do lijst staat), schakel afleiding uit. Dat laatste is zo logisch dat iedereen het er mee eens is. Als je zieke kindje huilt, tja, dan ga je die troosten en niet je mail beantwoorden. Maar als je deze redenering op werk toepast (als iets af moet, zet je even je mail en mobieltje uit) levert het heel vaak tal van bizarre bezwaren op. Waar komt dat nou toch vandaan? Mensen maken een prachtige planning, maar de uitvoering lukt vervolgens toch niet. Er zijn mensen die behoefte hebben aan een ondoelmatige werkwijze. Die eigenlijk alleen maar iets gedaan krijgen als alle activiteiten zo onhandig mogelijk op elkaar afgestemd zijn.
Ik denk dat het toch anders zit. Mensen hebben er soms behoefte aan om falen te verklaren uit tegenzittende omstandigheden. Een chaotische omgeving is dan een fijne verklaring. Als het toch lukt om goed te presteren, is het dubbel prijzenswaardig (‘ondanks al die mailtjes, heb ik toch mooi werk afgeleverd’) en als het niet lukt, ligt dat niet helemaal aan jezelf. Volgens deze redenering zijn mensen met weinig zelfvertrouwen of onvoldoende capaciteiten dan ook het beste in staat om chaos te creëren. En hen moet je natuurlijk geen time management leren, maar eerder zelfkennis of zelfvertrouwen (of beiden, bij voorkeur eerst de kennis, dan het vertrouwen). Â
Â
Â
Â
geplaatst op 27/11/2007 om 15:33
door Flores van Emmerik
In loopbaanland is er over het algemeen veel oude wijn in nieuwe zakken. Afwisselend komen de do’s en de dont’s van het solliciteren voorbij. In de ene periode ligt de focus op vaardigheden zoals het goed netwerken en in de andere periode ligt het accent op presentatie. Omdat ik dit werk al een tijdje doe, word ik niet direct enthousiast als ik wat lees over ‘ tien gouden tips voor sollicitanten’ of ‘ de snelste weg naar een nieuwe baan’. Maar Roos Vonk heeft natuurlijk wel iets te melden voor de sollicitanten. In de Intermediair schrijft zij over haar vakgebied, de psychologie. Zij is hoogleraar sociale psychologie in Nijmegen. Haar column van deze week gaat over het belang van een eerste indruk. Zij beschrijft hoe een personeelsmanager haar ooit vertelde, dat tussen het ophalen van een sollicitant uit de wachtruimte, het praatje in de lift over weer & verkeer, deze man al wist of de kandidaat het zou worden of niet.
Dit soort verhalen worden vaak gebruikt in trainingen om te onderstrepen hoe belangrijk het is om een goede eerste indruk te maken. Naar verluidt is negentig procent van de eerste indruk gebaseerd op lichaamstaal.  Vonk onderzoekt deze bewering door het achterliggende bewijs te bekijken. Het blijkt gebaseerd op onderzoek uit de jaren zestig in de VS, waarin een persoon op boze of vriendelijke manier bepaalde woorden uitsprak. Dus op boze toon ‘ bedankt’ zeggen en op vriendelijke toon ‘bruut’. Het zal je niet verbazen dat mensen voornamelijk reageerden op de toon en lichaamshouding en voor slechts 7 % op de woorden zelf. Hieruit trekken dan veel trainers de conclusie dat onder andere bij een sollicitatie een schamele zeven procent van wat je zegt er toe doet.
Zij vindt dat onzin en daar ben ik het helemaal mee eens! Want als je op je meest charmante toon vertelt dat je al zes keer ontslagen bent, blijft dat heus wel hangen bij je gesprekspartner. Idem voor als je op onvriendelijke toon vertelt dat je een aantal keren succesvol bent geweest op bepaalde gebieden. En we vinden de uiterste vriendelijke Hannibal misschien nog wel enger door de incongruentie tussen verbale en non-verbale signalen.
Vonk beweert dat het wel mogelijk is om binnen dertig seconden een redelijk beeld te krijgen van intelligentie, zelfvertrouwen, extraversie en dergelijke. Want de eerste indruk is gebaseerd op een enorme berg informatie die het brein onbewust verwerkt. De database van je geheugen wordt als het ware aan het werk gezet om het beeld te matchen met alle mensen die je eerder hebt ontmoet. Daarin zitten zo ongelooflijk veel non-verbale elementen dat het voor een sollicitant onmogelijk is om die allemaal te beïnvloeden. Je zenuwtic of zwetende handen kan je toch niet verbergen. Volgens Vonk toont dit non verbale gedrag juist ‘ wie we werkelijk zijn’.
In tegenstelling tot wat veel mensen in sollicitatietrainingen geleerd wordt, is het dus ondoenlijk om je te richten op de perfecte eerste indruk. Natuurlijk ga ik er wel vanuit dat je normale zaken wel doet, dus gepaste kleding, op tijd komen, interesse tonen, beleefde houding staan hier buiten.
Een bèètje personeelsadviseur kan op basis hiervan redelijk inschatten of bedrijf en kandidaat bij elkaar passen. De kandidaat kan dat natuurlijk ook! Dus word je ergens ontvangen door een ongeïnteresseerde dame, krijg je lauwe koffie en laten ze je een uur wachten, dan kan je die tijd goed benutten door je af te vragen of dat een bedrijf is waarvoor je wil werken.
Verder geeft het misschien rust om je te realiseren dat een groot deel van de eerste indruk buiten je controle ligt, waardoor je meer tijd hebt om een écht gesprek aan te gaan met de interviewer en je dus meer en betere informatie over de functie en het bedrijf krijgt. De interviewer krijgt dat ook, waardoor de kans op een succesvol gesprek groter wordt. Succesvol kan ook betekenen dat je door het gesprek ontdekt dat de functie of het bedrijf niet bij je passen. Dé tip voor een sollicitant is dan ook om je niet teveel te focusen op hoe je een eerste indruk kunt sturen, maar dat je je aandacht richt op de inhoudelijke kant van de zaak.
Wat betekent dit voor de inhoud van sollicitatietrainingen? Misschien wel niet zo veel, maar ik ga nog meer letten op de daadwerkelijke argumenten die sollicitanten hebben voor hun geschiktheid voor de functie.
geplaatst op 30/10/2007 om 21:54
door Thera Kosian
Een weekje geleden werd ik benaderd door een journaliste die een artikel maakt over rouw. Vooral over hoe je verdrietig kan worden door een ontslag en hoe dit je leven kan beïnvloeden. Ter voorbereiding heb ik mijn gedachten over dit onderwerp op een rijtje gezet. Als het artikel daadwerkelijk is verschenen, zal ik het laten weten.
Als je met een tegenslag te maken krijgt, kan je daar behoorlijk van in de war raken. Zeker als het om iets ingrijpend gaat als het verlies van een geliefde. Of het verlies van een baan.
Er zijn wel verschillen tussen deze gebeurtenissen. Een groot verschil is de mate van regie die je er over hebt gevoerd. Zag je het aankomen of niet? Kon je er iets aan doen of niet? Ligt het aan jezelf of niet? Het antwoord op deze vraag, bepaalt wat de beste strategie is om er boven op te komen.
Wat je vaak ziet, is dat mensen een gevoel van identiteit verliezen bij het verlies van een baan. Velen ontlenen veel aan een baan en dat ben je opeens kwijt, waardoor je wordt geconfronteerd met vragen als ‘wie ben je’, ‘wat beteken je voor anderen’, ‘wat ben ik nog waard’, ‘wat vertel ik op feestjes, wil ik daar überhaupt nog wel heen’. Ik ken een kandidaat die iedere dag met de fiets uit huis vertrok om pas na 18hrs terug te komen, voor zijn gezicht tov de buurt. Dat is wel extreem en feitelijk overbodig.
Â
In ieder geval: niet iedereen gaat gemakkelijk om met het verlies van een baan. Een grote teleurstelling kan leiden tot schaamte. Schaamte lijkt een licht woord, maar is een heel heftige emotie. Je kunt het zien als naar binnen gerichte agressie; als je het zo omschrijft, is het duidelijk dat sterke schaamtegevoelens kwaad kunnen aanrichten. De bekende psychiater Louis Tas noemt schaamte ook wel: de wortel van de depressie. Schaamte, verdriet en rouw moeten uit de weg, voordat je echt toe bent aan iets nieuws. Hoe doe je dat? Tja….soms even de diepte in, maar houd de ogen op het doel: zink niet weg in eindeloze therapieën en verwerkingssessies. Gebruik vriendinnen als het kan, een therapeut als het moet.
De beste manier om er mee om te gaan hangt van veel zaken af, maar eigenlijk altijd belangrijk is dat je werkt aan optimisme over de toekomst, weer perspectief krijgen, zicht krijgen op wat je kan en de stappen zetten die dit dichterbij brengen. Het is belangrijk om zelfvertrouwen te krijgen dat is gebaseerd op daadwerkelijk dingen die je kunt of bent. Dus dat je het niet ontleent aan de status van je functie, maar aan de betekenis die het voor jou heeft. Outplacementbegeleiding heeft als doel het vinden van een baan, maar soms is extra aandacht voor dit soort zaken nodig. Het gaat er om dat mensen leren om realistisch te kijken, feedback goed hanteren en oppassen voor de automatische piloot. Want wat nou als het ontslag terecht was? Dan mag je toch hopen dat je niet nog eens in dezelfde valkuil stapt?
De beste manier om met ontslag om te gaan, is dan ook:
1. stel vast wat de oorzaak was.
2. stel vast wat jij er aan kon doen.
3. bepaal waar je wel/niet goed in bent voordat je op zoek gaat naar een nieuwe baan
4. werk aan zelfvertrouwen en positiviteit
5. ga dan pas op zoek, zet dan pas je netwerk in. Zeker als het ontslag rond je 30e valt, weet dan dat vrijwel iedereen weer iets nieuws vindt.
De perfecte baan is niet maakbaar, juist als het tegenzit, leer je jezelf goed kennen. Bij ontslag is het soms zo dat mensen er niet meer boven op komen, maar veel vaker dat men er op terugkijkt als een positieve periode waarin je veel over jezelf hebt geleerd en waar je beter uit bent gekomen. Meestal is men er ook objectief op vooruit gegaan: beter salaris, meer vrije tijd, en dat maakt het natuurlijk heel verschillend ten opzichte van het verlies van een geliefde of familielid.
geplaatst op 20/08/2007 om 12:49
door Flores van Emmerik
Alles kan worden vertaald naar geld. De Universiteit van Florida heeft in een onderzoek gevonden dat mensen met veel zelfvertrouwen meer geld verdienen. Professor Timothy Judge, die ook al eens onderzocht had dat lange mensen meer aanzien genieten, heeft het onderzoek uitgevoerd. Zijn conclusie is dat zelfvertrouwen een soort van versneller is. Onafhankelijk van achtergrond, beroep van de ouder, geslacht, etnische afkomst: zelfvertrouwen leidt tot meer geld. Het verschil is wel het grootst bij mensen die als kinderen al rijk beginnen: zij verdienen gemiddeld 28000 dollar meer dan hun rijke schoolvriendjes zonder zelfvertrouwen.
Ik kon niet helemaal achterhalen hoe het causale verband nou in elkaar steekt. Misschien krijg je zelfvertrouwen als je dingen goed kan “ en is een hogere graad van competentie wel de verklarende factor. Aan de andere kant geloof ik graag dat zelfvertrouwen zomaar meer geld als bonus met zich meebrengt. Toen ik in 1993 begon met het beroep van outplacementbegeleider, had ik een werkgever met veel zelfvertrouwen en bijzonder weinig kennis. Hij kon eigenlijk niets, behalve vol overtuiging roepen dat hij alles wel goed kon. Verbazingwekkend genoeg leverde dit hem veel opdrachten op en verdiende hij geld als water. Hij had zelfvertrouwen en rijkdom, maar ik vond hem, om het maar eens hoogdravend te zeggen, geen goed mens. Misschien kan Prof Judge hier zijn volgende onderzoek aan wijden? Wat is er nodig om een goed mens te zijn. Zelfvertrouwen en geld zijn in ieder geval niet voldoende.
geplaatst op 7/06/2007 om 11:09
door Flores van Emmerik
Ik ben mijn ziekenhuis-obsessie weer even vergeten, daar ga ik over een paar dagen op verder. Ik werd getroffen door een rapport van de CNV over de herbeoordelingsoperatie van het UWV (dit is: het opnieuw keuren van volledig arbeidsongeschikten).
Om hier meer over te weten te komen heeft het CNV gesproken met 30 herbeoordeelde CNV-leden. Opvallend in deze gesprekken was dat de deelnemers gemotiveerd en creatief waren in hun pogingen weer terug te keren naar de arbeidsmarkt. Maar meestal lukt het toch niet door tijdbeperkingen en administratieve rompslomp.
Het CNV geeft in het rapport een aantal aanbevelingen die moeten bijdragen aan een betere oplossing. Kort samengevat:
- De financiering van reintegratiebedrijven moet anders geregeld worden. Bedrijven moeten gestimuleerd worden om resultaten te behalen. Het grootste deel van de financiering zouden ze moeten krijgen wanneer een herbeoordeelde een baan gevonden heeft.
Op verzoek van vele partijen is bij langdurig werklozen de financiering 20% bonus bij plaatsing en 80% gegarandeerd, geworden. Waarom? Omdat reintegratiebedrijven anders deze groep helemaal niet willen begeleiden. Dat zal bij herbeoordeelden natuurlijk niet anders zijn. Verder laat onderzoek zien dat een positief resultaat heel sterk afhangt van de inspanningen en het zelfvertrouwen van de kandidaat “ verandert de financiering van reintegratiebedrijven deze aspecten?
- Werknemers en werkgevers moeten beter informatie krijgen over hoe reintegratie precies werkt en op welke geldpotjes ze aanspraak kunnen maken.
Goede tip. Als werkgever kan ik er best nog wel een folder van het UWV bij gebruiken
. En die geldpotjes: als die er al zijn, waar zijn sommige van de overige tips dan voor bedoeld? Kunnen we die gebruiken voor scholing? Voor extra beloning van reintegratiebedrijven bij plaatsing?
- Herbeoordeelden die na een tijd zoeken geen baan gevonden hebben, moeten een gesubsidieerde baan krijgen.
Waarom dit wel voor herbeoordeelden en niet voor anderen? En het wegens burnout uitgevallen hoofd facilitaire zaken, moet die dan na een tijd zoeken verkeersregelaar worden? Bovendien: krijgen we dan geen calculerende werkgevers, die herbeoordeelden pas aannemen als er subsidie bij komt?
- In de wet moeten de rechten en plichten worden vastgelegd van alle partijen die bij de reintegratie zijn betrokken.
Een aparte wet voor herbeoordeelden?? Dit in het kader van maximale stigmatisering?
- Herbeoordeelden hebben een achterstand op de arbeidsmarkt. Zij zouden eerst scholing moeten krijgen, voordat ze gedwongen worden om te solliciteren.
Ook weer: een status aparte voor herbeoordeelden?En weer: de calculerende werkgever.
Wij zijn zelf een reintegratiebedrijf en voelen ons enorm betrokken bij deze doelgroep. Maar dat betekent niet dat ik het eens ben met het CNV. Al hun tips komen er op neer om een herbeoordeelde een aparte status te laten houden, met aparte regelingen rond scholing en begeleiding. Dit uitgangspunt lijkt mij wel logisch, de concrete uitwerking minder. Nu natuurlijk tips voor hoe het beter kan.. tja. Ik ken veel herbeoordeelden en zie een grote discrepantie tussen de vaak schrijnende beschrijvingen in kranten en vakbondrapporten en de tomeloze inzet (met goede resultaten) die we in de praktijk zien. Maar dat komt misschien doordat ik alleen maar een niet-representatieve doorsnede van deze groep zie. Mijn groep vindt banen doordat zij voor een werkgever weer toegevoegde waarde hebben en nooit doordat zij op een subsidie aanspraak kunnen maken. Aan hunzelf en soms aan ons is deze hernieuwde toegevoegde waarde te danken. Ik geloof dat scholing ook vaak (maar niet altijd) kan helpen.
Voor het volledige rapport met daarin ook de volledige verhalen van een aantal herbeoordeelden, klik hier
geplaatst op 19/10/2006 om 10:19
door Flores van Emmerik